Examinering

Home

Examinering

Competentiegericht beoordelen: een korte uitleg

Hoe moet een examen eruit zien binnen competentiegericht onderwijs? Wat is de beste plek voor examinering? In de praktijk of op de onderwijsinstelling? Wat moet beoordeeld worden? Lees de uitgangspunten.

Het kwalificatiedossier (lees meer op deze website) speelt een belangrijke rol bij de toetsing en examinering in competentiegericht onderwijs. In deel B van het kwalificatiedossier staan de competenties, kerntaken en werkprocessen.  Studenten worden hierop beoordeeld. 

Beoordelingscriteria
Om te bepalen of een student de competenties beheerst, kunnen de prestatie-indicatoren uit deel C van het kwalificatiedossier een handig hulpmiddel zijn. Een prestatie-indicator beschrijft hoe je kunt zien dat een beginnend beroepsbeoefenaar de benodigde competenties succesvol inzet. 

Discussie over criteria
Het kwalificatiedossier biedt dus handvatten voor de beoordeling. Toch bestaat er nog wel discussie over de concrete invulling van beoordelingscriteria. Het projectmanagement MBO 2010 bevordert daarom de kennisdeling rond dit onderwerp.

Summatieve examinering
Bij competentiegerichte toetsing hoeft er niet per definitie sprake te zijn van een examinering aan het eind van de opleiding. Competentiegerichte opleidingen werken vaak met summatieve en formatieve toetsing. Summatieve beoordeling houdt in dat de deelnemers de eisen uit het kwalificatiedossier op eindniveau beheersen. Ze beheersen de taken waarmee ze de arbeidsmarkt op kunnen. Gedurende het opleidingstraject kan de kandidaat voor sommige onderdelen het eindniveau behalen. 

Formatieve beoordeling
Bij een formatieve beoordeling gaat het om het beoordelen van de voortgang. De bevindingen uit een formatieve beoordeling kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om te kijken of een student zich op bepaalde gebieden nog moet ontwikkelen. Deze beoordeling is dus bedoeld om te kijken of een deelnemer iets op eindniveau beheerst. 

Examensituatie
De examensituatie moet zoveel mogelijk plaatsvinden in een situatie die voor het beroep representatief is. Dit kan de beroepspraktijk of een simulatie-omgeving zijn. In deel B van het kwalificatiedossier staat een beschrijving van de beroepscontext en daarmee dus van de examensituatie. In deel C staat een gedetailleerdere uitwerking.

Examensituatie vastleggen
Onderwijsinstellingen moeten zelf de examensituatie en beoordelingscriteria concreet maken. Samenwerking met het regionaal en /of sectoraal bedrijfsleven is hierbij belangrijk. Onderwijs en bedrijfsleven moeten vóóraf vastleggen wat bij een kwalificerende examinering representatieve examensituaties zijn.

Exameninstrumenten
Over het algemeen geeft één exameninstrument niet voldoende informatie om een verantwoorde beoordeling te geven. Meerdere exameninstrumenten inzetten is dan ook aan te raden. Een proeve van bekwaamheid, een assessment, reflectieverslagen; in de praktijk bestaan inmiddels al behoorlijk wat voorbeelden. Op deze site vindt u onder best practices meerdere voorbeelden.

De beoordelaar/examinator
De praktijkopleider binnen het bedrijf kan een goede beoordelaar/examinator zijn. Hij moet uiteraard wel de inhoud en procedures bij competentiegericht examineren kennen. Daarnaast moet deze persoon voldoende deskundig zijn. Ook de praktijkbegeleider van de onderwijsinstelling kan optreden als beoordelaar/examinator. Ook dan gelden dezelfde deskundigheidseisen.  

Kwaliteit beoordelaar/examinator
Onderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor de deskundigheid, deskundigheid en onafhankelijkheid van de beoordelaars. De bevordering van de kwaliteit en deskundigheid van beoordelaars is een belangrijk aandachtspunt in de uitwerking. Dit geldt ook voor de onafhankelijkheid. 

Examenprocedures
Procedures moeten vooraf duidelijk beschreven zijn, inhoudelijk juist zijn en begrijpelijk voor alle betrokkenen. Informatie over de exameninhoud, examenvormen, de afname van examen, de beoordelingsprocedures en de resultaatbepaling moeten vooraf duidelijk beschreven zijn.

  © MBO 2010 - 2010