Snel naar
Op deze website vindt u uiteenlopende onderwerpen rondom competentiegericht onderwijs.
1. Onjuiste calculatie door de instelling
Iedere instelling heeft een eigen indeling in perioden met lesweken, toetsweken en speciale activiteiten. Vaak is de calculatie van de onderwijstijd gebaseerd op bepaalde standaardaantallen per week die gemakshalve voor het gehele jaar worden vermenigvuldigd en opgeteld. Regelmatig is daarbij sprake van weken met veel minder activiteiten of zijn de perioden feitelijk korter. Bijvoorbeeld rond vakanties. In deze gevallen heeft de Inspectie de uren gecorrigeerd naar de feitelijke uren.
Toetsweken
Zo zijn toetsweken slechts gerekend voor het aantal uren dat daadwerkelijk toetsen plaatsvinden en niet voor een gehele lesweek. Hertoetsen zijn niet meegerekend. Deze zijn namelijk slechts voor beperkte groepen leerlingen van toepassing zijn.
Van lesuur naar klokuur
Lesuren zijn meestal korter dan een klokuur. Een lesuur is meestal 50 of 45 minuten. In sommige gevallen heeft de instelling de lesuren niet omgerekend naar klokuren en vond hierop corretie plaats.
Bpv
Bij de calculatie van de bpv gingen instellingen vaak uit van een standaard aantal van 40 uren per week. Soms bleken niet alle stagiaires een voltijd bpv-overeenkomst te hebben en slechts in deeltijd bpv activiteiten uit te voeren. Het kwam ook voor dat de bpv-periode korter duurde dan de periode waar de berekening vanuit ging.
2. Uren voldoen niet aan de norm
Op het moment dat de instelling niet kon aantonen dat een onderwijsactiviteit plaatsvond onder directe begeleiding van een daartoe bevoegde docent vond aftrek van uren plaats.
Begeleide zelfstudie en projecturen
Begeleide zelfstudie of projecturen, waarin adequate begeleiding en registratie ontbrak, leidde tot urenaftrek. In zulke gevallen waren de begeleidingsactiviteiten niet eenduidig aan het personeel toegewezen. Ook was er geen adequate registratie van deelname aan de activiteiten.
Zelfstudie te vrijblijvend
De activiteiten waren zo vrijblijvend dat leerlingen er naar eigen inzicht aan konden deelnemen of konden wegblijven zonder gevolgen. Zodra de instelling de volgende zaken niet duidelijk kon maken, werden uren afgetrokken:
- De instelling kon niet aangeven of de lessen door alle en door welke leerlingen werden gevolgd en tot hoeveel onderwijstijd dit feitelijk leidde.
Ontbreken goede begeleiding
Als er geen sprake was van adequate begeleiding werden uren ook niet meegeteld. Zo was er bijvoorbeeld een casus waarin begeleiding plaatsvond via e-mailcontact met een docent. De e-mail werd pas een week later beantwoord. De betreffende uren heeft de Inspectie niet meegerekend.
3. Bijzondere activiteiten
In veel gevallen was sprake van bijzondere activiteiten, zoals introductieweken, gastdocenten, praktijksimulaties binnen en buiten school, werkweken en excursies. Mits deze voldeden aan de criteria, telden de uren mee voor de onderwijstijd. Reis- en slaaptijden bij (buitenlandse) excursies vielen buiten de berekening.
Kon een onderwijsinstelling met een programma inzichtelijk maken hoeveel uren feitelijk aan relevante activiteiten waren besteed? Dan is dat aantal uren meegenomen in de berekening. Als dat niet mogelijk was, gold een standaard lesweek als basis voor de berekening. Bij het ontbreken van een geschikt alternatief programma voor de achterblijvers, werden de uren niet meegeteld.
4. Ziekte en lesuitval
Instellingen die niet konden aantonen dat zij bij ziekte van docenten vervanging hadden geregeld, kregen ook te maken met een vermindering van het aantal uren. Hierbij maakte de Inspectie ook gebruik van informatie uit gesprekken met leerlingen.
5. Urennorm geldt per studiejaar
De uren-norm geldt per studiejaar, met één nuance: als het laatste studiejaar conform planning na een half jaar werd afgerond, is daarbij een
berekening naar rato toegepast.